Welkomstwoord

Bart van der Steen

 

Hartelijk welkom bij deze herdenking van Henk Sneevliet en zijn makkers. Het is goed om vandaag met zoveel mensen bij elkaar te zijn, ook al is de aanleiding een droeve.

 

Vandaag herdenken we de verzetsstrijders van het Marx-Lenin-Luxemburg-Front die kort na de februaristaking werden opgepakt en op 13 april, nabij kamp Amersfoort, werden gefusilleerd. 

 

Het gaat daarbij om:

Henk Sneevliet

Ab Menist

Willem Dolleman

Jan Schriefer

Jan Koeslag

Jan Edel

Cor Gerritsen en 

Rein Witteveen.

 

Later in de oorlog werden nog twee kameraden opgepakt en vermoord:

Aaldert IJmkers en

Johan Roebers.

 

Wij herdenken hen vandaag, als familieleden en als politieke strijdmakkers. 

 

Graag neem ik deze gelegenheid te baat om twee ondersteuners van het Sneevlietherdenkingscomité te gedenken, die ons onlangs ontvallen zijn.

 

Bob de Wilde was vanaf jonge leeftijd actief in de beweging en ondersteunde sinds jaar en dag de activiteiten van ons comité.

 

Theo Hartog zorgde, samen met anderen, er elk jaar voor dat er ook bij Kamp Amersfoort bloemen werden gelegd voor Sneevliet en zijn makkers. Hij was actief bij vele bewegingen, onder andere bij de FNV. 

 

We zullen hen beiden enorm missen.

 

Graag geef ik het woord aan twee leden van ons comité: Aled de Jong en Jeroen van der Starre. 

 

Henk Sneevliet en het socialisme in Indonesië

Alex de Jong

Afgelopen zondag vond op begraafplaats Westerveld de jaarlijkse Sneevlietherdenking plaats. Alex de Jong, lid van het Sneevliet Herdenkingscomité en directeur van het IIRE sprak daar deze toespraak uit over het Sneevliets politieke activisme in Indonesië.

 

Dit jaar precies een eeuw geleden keerde Sneevliet terug in Nederland nadat de koloniale machthebbers hem wat toen Nederlands-Indië was uitgewezen hadden.

 

In de ongeveer zes jaar dat Sneevliet in de toenmalige kolonie verbleef had hij samen met andere socialisten van Nederlandse en Indonesische komaf zoals Baars, Darsono en Semaoen, toen de grondslag gelegd voor een Indonesische Communistische beweging.

 

Politiek was echter niet de reden geweest dat Sneevliet in 1913 naar Indonesië vertrok. Later zou hij schrijven dat hij ‘zo goed als niets wist van de Indonesische verhoudingen.’

 

Eenmaal daar aangekomen, zou Sneevliet echter al snel een belangrijke rol gaan spelen in de jonge Indonesische volksbeweging. ‘Wie hier rondkijkt, wie hier let op hetgeen gebeurt, wie hier zijn geweten niet te zwijgen dwingt, die moet zich diep schamen over hetgeen de cultuurbrengers uit het Westen in dit land hebben bereikt.’ Wat hij in de kolonie zag maakte hem ‘van de plicht bewust ook in dit land de socialistische theorieën te verspreiden.’

 

Dit zijn citaten uit Sneevliets verdedigingsrede uit 1917, toen hij zich voor de koloniale rechtbank moest verantwoorden voor de aanklacht dat hij haat jegens de Nederlandse regering zou hebben gezaaid, en de bevolking zou hebben opgeroepen tot het plegen van aanslagen.

 

Sneevliet wees beide aanklachten van de hand. Hij zou slechts de situatie in de kolonie beschreven hebben – als dit gevoelens van woede en haat op zou roepen, dan lag de oorzaak daarvan in deze omstandigheden zelf. Hij beschreef de armoede en uitbuiting van de lokale bevolking, en de minachting van de Nederlanders voor hen.

 

Eenmaal in Indië, realiseerde Sneevliet zich al heel gauw dat, zoals hij het uitdrukte, ‘de kennis van de meeste van mijn koloniale rasgenoten niet verder reikt dan dat de Javaan lui is, de Javaan is zogenaamd ondankbaar, heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel of energie, en deugt nergens voor.’

 

Sneevliet hoorde zijn mede-Nederlanders beweren; ‘Wij “Belanda’s” zijn van beter maaksel, wij hebben het fortuin te behoren tot de blonde rassen.’

 

Tegenwoordig horen we dit soort taal opnieuw – ook al worden de ‘blonde rassen’ nu misschien ‘boreaal Europees’ genoemd.

 

Sneevliet trapte er niet in; ‘Ik heb nimmer de buitengewone vermogens van de doorsnee Belanda kunnen ontdekken, wel heb ik velen van mijner rasgenoten zien verworden tot opgeblazen parvenu-typen, voor wie de bruine mens nauwelijks meer tot de mensen behoort.’

 

Wat de zogenaamde luiheid van de lokale bevolking betrof zei hij; ‘Waar is toch die luiheid van de Javaan als ik de koelie van Genoek of Broemboeng zie zwoegen onder zware suikerzakken, als ik de dessa-man met zware lasten de wandeling zie ondernemen naar de stad?’

 

‘Wat doet Nederland voor de inlander?’ vroeg Sneevliet; ‘Het antwoord is kort en goed: wij duwen hem in de afgrond.’

 

Daarom, concludeerde Sneevliet, ‘wekken wij de woede en de haat niet op, dat doet het Nederlandse kapitaal door zijn uitbuiting.’

 

Socialisten probeerden helemaal niet de bevolking aan te zetten tot aanslagen; ‘Wij trachten enkel het verzet te richten naar een doel, wij trachten het om te vormen tot een bewuste strijd die weet waar het om gaat.’

 

Dat doel was duidelijk voor Sneevliet:

 

‘Ik weet dat de ellende van de kapitalistische uitbuiting wordt verergerd door het koloniale karakter van deze uitbuiting, en mijn internationalisme betekent dat ik zo spoedig mogelijk de vrijheid, de zelfstandigheid van de onderworpen bevolking wil.’

 

‘Wij socialisten’, verklaarde Sneevliet, ‘ontlenen onze hoop voor de toekomst aan het feit dat ondanks de toenemende ellende en de knechting van de proletariërs en de boeren, neen, juist door deze ellende en knechting, deze vertrapte massa in verzet komt. In het begin spontaan, onberedeneerd verzet, daarna tot georganiseerd verzet.’

 

Daarvoor was een politieke partij nodig, die zoals de statuten van de mede door Sneevliet opgerichte Indische Sociaal-Democratische Vereniging zeggen, ‘de Indische bevolking en wel het proletariaat en de boeren, onafhankelijk van ras of godsdienst zou organiseren.’ Deze partij zou elke ‘economische of politieke beweging die de positie van de overheerste bevolking tegenover de heersende klasse verbetert’ zoveel mogelijk moeten steunen.

 

Uit de ISDV zou de Partai Komunis Indonesia ontstaan, de PKI, een partij die een belangrijke rol zou spelen in de strijd voor nationale onafhankelijkheid, en voor de rechten van werkende mensen.

 

Deze partij werd in 1965 vernietigd door het Indonesische leger onder leiding van generaal Soeharto. De toenmalige Indonesische president, Soekarno, een bondgenoot van de PKI, werd terzijde geschoven.

 

Minstens een half miljoen mensen werd gedood in de jacht van het leger op PKI-leden en hun bondgenoten.

 

De bloedige vernietiging van de PKI en de val van Soekarno leidde in Den Haag, bij de opvolgers van de oude koloniale machthebbers, tot verheugde reacties.

 

Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns, die dankzij rapporten van de Nederlandse inlichtingendienst goed op de hoogte was van het bloedvergieten, concludeerde dat Soeharto de president ‘heel knap terzijde had geschoven.’

 

Pas in 1998 zou Soeharto ten val worden gebracht.

 

Over drie dagen kunnen 190 miljoen Indonesiërs een nieuwe president kiezen. Maar een partij die elke economische of politieke beweging voor de lotsverbetering van de massa ondersteunt, en streeft naar de opheffing van de kapitalistische uitbuiting, die is er niet. Officieel is communisme nog steeds verboden.

 

Helemaal vergeten is Sneevliet niet. Een paar jaar geleden plaatste het populaire historische tijdschrift Historia Sneevliet op de voorpagina: ‘de man die communisme naar Indonesië bracht.’ Ook in de Indonesische literatuur speelt Sneevliet een kleine rol; in het beroemde Buru-kwartet van Pramoedya Ananta Toer komt de hoofdpersoon Minke een Nederlandse journalist tegen die hem kennis doet maken met socialistische ideeën en vertelt over de kwalijke rol van het kapitalisme in de uitbuiting van koloniën.

 

Toer hintte dat de journalist, Ter Haar genoemd, geïnspireerd was door Sneevliet.

 

In de aanloop naar de verkiezingen riepen steeds meer, vaak jonge, activisten op om te weigeren te kiezen tussen de twee kandidaten; ‘Wij roepen het volk op om niet te stemmen op partijen en kandidaten die corrupt zijn, partijen die het volk bedriegen, partijen die het volk misleiden, partijen die zich schuldig maken aan schendingen van de mensenrechten, partijen die zich verzetten tegen de vrijheid geloof en meningsuiting, partijen die het volk tegen elkaar uitspelen door religieuze sentimenten te manipuleren, partijen die racistisch zijn, en partijen die die belangen van het kapitaal vertegenwoordigen’ verklaarde een woordvoerder van een van de studentenorganisaties.

 

Het is de hoogste tijd, zo verklaarden de activisten, om een politiek alternatief op te bouwen.

 

Sneevliet zou het volledig met hen eens zijn.

 

 ‘Angst zal het afleggen tegen solidariteit’

Jeroen van der Starre

 

Afgelopen zondag vond op begraafplaats Westerveld de jaarlijkse Sneevlietherdenking plaats. Dit jaar werden er toespraken gegeven door Alex de Jong en Jeroen van der Starre, beiden lid van het Sneevliet Herdenkingscomité. Als eerste plaatsen we vandaag de toespraak van Jeroen.

 

Op de laatste verkiezingsavond hield de grote winnaar een overwinningstoespraak waarin hij de wedergeboorte van een boreaal Europa beloofde. Hij liet er geen twijfel over bestaan dat deze met grootschalige zuiveringen gepaard zou gaan. Leerkrachten, wetenschappers, kunstenaars – allemaal waren ze onderdeel van een geheim complot tegen het volk, dat wil zeggen: tegen het ‘Arische ras’.

 

Leerkrachten en academici werden het mikpunt van een intimidatiecampagne die erop gericht is om tegenstanders van de grote leider de mond te snoeren. Eerder werden verschillende meteorologen al doelwit van extreemrechtse aanvallen, omdat zij hun vak verstaan en waarschuwen voor klimaatverandering. En dat er in het Avondland geen plaats meer kan zijn voor mensen uit zogenaamde ‘andere culturen’ – zoveel was reeds duidelijk.

 

Dat de pogingen om tegenstanders door intimidatie het zwijgen op te leggen nog maar voorzichtige eerste stappen zijn van wat extreemrechts van plan is blijkt onder meer uit hun bewering dat ook mensenrechtenverdragen een ‘aanval’ op de natiestaat en de volkssoevereiniteit zouden zijn.

 

De boreale leider is de enige niet. Zijn geestverwanten zitten in de Oostenrijkse en Italiaanse regeringen en in Brazilië zelfs op de presidentszetel. Nog geen week voordat Baudet zijn overwinningrede hield vermoordde iemand met aanverwante ideeën 50 mensen in een moskee in Christchurch. Maar wie op deze feiten wijst, of zelfs maar correct citeert, die is aan het demoniseren.

 

Baudet doet maar weinig moeite om het karakter van zijn denkbeelden te verhullen. Dat hoeft hij ook niet. Een breed scala aan extreemrechtse media helpen hem al jaren om zijn gedachtegoed te verspreiden en de gevestigde media eten uit zijn hand. Dat bleek duidelijk toen de grootste antiracismedemonstratie in jaren, die vorige maand 10.000 mensen op de been bracht, volledig werd genegeerd. Totdat extreemrechts er de aanval op opende.

 

Het riool van de geschiedenis ligt weer wagenwijd open en de bruine walmen beginnen het maatschappelijk klimaat steeds meer te vergiftigen. En die klimaatsverandering vindt plaats tegen de achtergrond van de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen. Volgens klimaatwetenschappers hebben we nog 12 jaar om de opwarming van de aarde enigszins te beperken, maar ook nu al zijn de gevolgen – met name in het mondiale zuiden – aan de orde van de dag.

 

We doorleven moeilijke en zeer verontrustende tijden. In dat opzicht kunnen we ons een beetje verplaatsen in de socialisten die we vandaag herdenken. Terwijl nazisoldaten bezig waren om hele dorpen in Rusland uit te moorden en de eerste stappen werden gezet voor de systematische uitroeiing van Joden, Roma en Sinti, LHBT’ers en anderen, werden zij gevangen genomen en naar Kamp Amersfoort gebracht. Tijdens hun laatste avond hebben ze elkaar in de ogen gekeken, de hand geschud en ten laatste male de Internationale ingezet. ‘Er moet nog veel gestreden worden’, zei Henk Sneevliet tijdens die laatste avond, ‘maar de toekomst is aan ons.’

 

De volgende morgen werden Sneevliet en zijn kameraden vermoord. Op hun verzoek zonder blinddoek, maar met geheven hoofd. Als helden, zoals een getuige het omschreef.

 

Deze misdaad, een van de ontelbare misdaden van het fascisme, bracht een einde aan decennia van politieke activiteit van deze socialisten. Eerder hadden zij gezien hoe Hitler aan de macht kwam en de machtige Duitse arbeidersbeweging vermorzelde. Ze zagen hoe Stalin de leiders van de Russische Revolutie uitschakelde en de communistische beweging veranderde in een willoos werktuig van de Russische staatsbureaucratie. Achteraf was Victor Serge misschien te snel toen hij de situatie halverwege de jaren 30 als middernacht in de eeuw omschreef. De burgeroorlog en revolutie in Spanje lieten zien dat alle hoop nog niet verloren was. En sommige van de grootste gruwelijkheden moesten nog komen. Maar dat de stormachtige periode van hoop op een andere wereld die was begonnen met de revolutie in Rusland aan zijn einde was gekomen, dat was voor iedereen duidelijk.

 

De revolutionair socialisten wisten dat mensen hun geschiedenis moeten maken in omstandigheden die ze niet zelf kunnen kiezen. Daarom zetten ze de strijd voort, ook toen het moeilijk werd. Ze vochten tegen de opkomst van het fascisme en voor de bevrijding van koloniale onderdrukking en ze vochten ondergronds verder toen dat nodig werd.

 

Het lijkt erop dat we het diepste van de nacht in de 21ste eeuw nog niet hebben meegemaakt. De wereldwijde opkomst van extreemrechts en de dreiging van een enorme ecologische en sociale ontwrichting als gevolg van klimaatverandering hangen als donkere wolken boven ons. Maar anders dan in de jaren 30 moeten de belangrijkste gevechten van de huidige generaties nog worden gevoerd.

 

Hoe graag extreemrechts ook afgeeft op babyboomers – als je kijkt naar hun partijleden en hun kiezers, dan hebben we het over opvallend veel oudere witte mannen. Voor hun idealen kijken ze naar het verleden. Hun methodes zijn die van geweld, intimidatie en de meest schaamteloze leugens.

 

Maar wie verder kijkt dan de parlementaire verhoudingen ziet ook andere verschuivingen. Over de hele wereld komen jongeren in actie om klimaatverandering te stoppen. Sommigen van hen zitten nog maar op de basisschool en komen met oudere broers en zussen of met hun ouders naar de demonstraties. En opvallend vaak zijn het meisjes, of eigenlijk heel jonge vrouwen.

 

Ik blijf me verbazen over hoe geweldig sterk Greta Thunberg is, hoe de strijd voor een groene en sociale toekomst en het gevoel van urgentie om die strijd te winnen lijkt te zijn doorgedrongen tot het diepste van haar vezels. En hoe moeiteloos zij de verbanden weet te leggen tussen sommige van de grootste thema’s van deze tijd.

 

Op internationale vrouwendag schreef ze: ‘Hoe meer ik leer over de klimaatcrisis, hoe beter ik begrijp dat feminisme cruciaal is. We kunnen niet leven in een duurzame wereld als alle genders en alle mensen niet gelijk worden behandeld. Punt.’

 

Greta Thunberg is maar één vrouw, maar ze staat symbool voor een groeiend bewustzijn onder jongeren dat we moeten vechten voor een betere toekomst en dat een betere wereld begint, maar niet eindigt met de strijd tegen klimaatverandering. Zij begrijpen dat geen schoolhoofd je kan schorsen als je allemaal samen in staking gaat. En ze begrijpen dat je het beste zelfverzekerd kunt terug grijnzen als ministers je vertellen dat je terug naar school moet of als extreemrechtse politici je als marionetten proberen af te schilderen. Hún wereld is immers op angst gebouwd en angst zal het afleggen tegen solidariteit.

 

De acties voor klimaatrechtvaardigheid zijn de meest indrukwekkende, maar zeker niet de enige acties die we de afgelopen maanden hebben gezien. En er zullen nog veel meer acties nodig zijn, op een hele reeks van thema’s. Ik geloof dat het nog altijd zo is dat die strijd uiteindelijk moet uitmonden in een strijd voor socialisme, voor de bevrijding van de mensheid in de meest volledige zin van het woord. Wat Sneevliet zei, geldt volgens mij ook nog voor ons. We hebben nog veel, nog heel veel strijd te voeren. En we hebben nog veel te studeren, te discussiëren, te organiseren. Maar de toekomst behoort niet toe aan de lieden die de mens klein en in angst gevangen willen houden – de toekomst is aan ons.

 

Nazim Hikmet, It's This Way

Vertaling naar het Engels: Randy Blasing en Mutlu Konuk (1993)

I stand in the advancing light,

my hands hungry, the world beautiful.

 

My eyes can't get enough of the trees--

they're so hopeful, so green.

 

A sunny road runs through the mulberries,

I'm at the window of the prison infirmary.

 

I can't smell the medicines--

carnations must be blooming nearby.

 

It's this way:

being captured is beside the point,

the point is not to surrender.