Herdenking Westerveld 10 april 2016

Gedeelte uit de toespraak van Dick de Winter

Een aantal jaren heb ik hier kort iets verteld van andere leden van het Marx-Lenin-Luxemburg-Front dan Sneevliet, Menist of Dolleman.

Dick.jpg

Vandaag iets over de drukker van Spartacus,

Rein Witteveen

Toen in de zomer van 1941, in een bespreking met Sneevliet, aan Rein Witteveen werd gevraagd de druk van Spartacus te verzorgen, verklaarde hij zich direct bereid deze gevaarvolle taak op zich te nemen. De eerste bladen waren gestencilde exemplaren, in Den Haag gemaakt. Daarna werd de krant mooi gedrukt in Rotterdam bij Eddy van Lambaart. Een knap en gedurfd stukje werk, lees ik bij Max Perthus. Van Lambaart maakte de krant ’s nachts. De oplage was 5000. In 1941 een zeer grote oplage voor een regelmatig verschijnend illegaal blad.

Nu nam Rein Witteveen het over. Zijn werk was voor het MLL-Front van zeer grote betekenis. Het was daardoor opnieuw mogelijk met een verzorgde krant en ander gedrukt materiaal naar buiten te komen. Toen hij later door de SD verhoord werd, gaf hij als motief voor zijn illegale activiteit op: een poging om wat te verdienen voor zijn gezin dat in grote financiële moeilijkheden verkeerde. Een begrijpelijk voorwendsel om te trachten de huid te redden. In werkelijkheid was Rein Witteveen met hart en ziel verbonden met de taak die hij op zich nam, hoewel hij geen lid was van het MLL-Front. Rein Witteveen had contact met Jan Edel de voornaamste leidende kracht van het MLL-Front in dit gebied. (Over hem heb ik vorige keer wat verteld)

Rein Witteveen werd op 23 juli 1893 geboren in Idaarderadeel in Friesland, vlak bij Grouw. Huwde op 15 maart 1917 met Femmigje Terpstra. Hij leerde in Grouw het vak van letterzetter. Later had hij nog verschillende andere banen. Zo werkte hij ook in Duitsland, zoals zovelen in tijden van werkloosheid. Maar in 1928 keerde hij terug in zijn oude beroep en vestigde in zijn woning in Oterleek, in Noord-Holland bij Alkmaar, een eigen drukkerij.

In 1918 werd Rein Witteveen lid van de SDAP. In Oterleek richtte hij een partijafdeling op en vertegenwoordigde zijn partij in de gemeenteraad van 1919 tot 1931. In dat laatste jaar, toen de linkervleugel en rechtervleugel van de SDAP fel tegenover elkaar stonden, verliet hij de partij. Hij voelde zich er niet meer in thuis. Hij is daarna geen lid meer van een politieke organisatie geweest. Zijn overtuiging had hij echter behouden en deze bracht hem in de illegaliteit aan de zijde van het MLL-Front. Hij drukte Spartacus samen met zijn dochter Jeltje.

Op 27 februari 1942 deed de SD een inval in zijn drukkerij. Via marteling van de dappere Jan Edel was de aanduiding “een huis met een witte gevel” verkregen. Zo kwamen ze hem op het spoor. Ook dochter Jeltje werd meegenomen. Vooral zij heeft steeds hardnekkig ontkend dat er illegaal materiaal gedrukt werd. Rein Witteveen werd terecht gesteld en Jeltje bracht tegen de belofte van de Duitsers in samen met Trien de Haan-Zwagerman, Janny Schriefer en Mien Sneevliet ruim drie jaar door in concentratiekamp Ravensbrück.

Het offer voor mevrouw Witteveen, voor de familie, was groot. Ik kan me herinneren toen ik jaren terug met mijn broer en mijn ouders aanwezig was, dat mevrouw Witteveen hier stond. Klein, stil en donker.

Ik heb in het verleden getracht via Jeltjes zoon meer informatie te krijgen over haar vader en haarzelf. Maar dat wilde de zoon niet.

In de omgeving van Oterleek, in Stompetoren, is een monument voor de gevallenen uit die streek. Rein Witteveen wordt daar op vermeld.

 

Toespraak Ron Blom

We staan hier vandaag bij elkaar en denken daarbij tevens aan de vooroorlogse strijd tegen het opkomend fascisme in het buitenland, maar ook in Nederland.

Sneevliet en zijn makkers gingen ideologisch, maar ook fysiek het gevecht aan met het nazisme, de NSB en andere vormen van rechtsextremisme. Een recht extremisme dat ook in die dagen probeerde zo nu en dan een populistische of links masker op te zetten.

RonBlom.jpg

Ook de PVV van Geert Wilders laat regelmatig een zogenaamd links geluid horen op het gebied van bijvoorbeeld de zorg, de sociale zekerheid of het milieu. Tegenwoordig doen ze zelfs krampachtige pogingen om het zogenaamd op te nemen voor de veiligheid van vrouwen in de publieke ruimte op straat. Hoe achterbaks dit is blijkt wel uit het feit dat protesterende antiracistische vrouwen werden bedreigd met verkrachting door Wilders aanhangers. Het uitsluiten van bevolkingsgroepen, het handelsmerk van de PVV, is natuurlijk niet links. Rijken nog minder belasting laten betalen ook niet.

Maar wat stemt Wilders nu eigenlijk in 2015 in de Tweede Kamer. Wilder zegt erg begaan te zijn met de zorg voor gewone mensen, zoals de thuiszorg. Toch stemde de PVV op 22 januari 2015 tegen SP voorstellen, die gericht waren tegen loonoffers in de thuiszorg en voor het behoud van opgebouwde arbeidsrechten van thuiszorgmedewerkers.

In de maanden daarna maakte de PVV het zo mogelijk nog bonter. Op 11 februari stemde Wilders tegen een voorstel om het eigen risico af te schaffen voor ouderen en chronisch zieken. Op 25 juni zelfs tegen een voorstel om 2 miljard extra te investeren in de zorg, geld dat het jaar daarvoor op de plank was blijven liggen. Op 6 november kreeg een SP voorstel voor een publieke basisverzekering evenmin steun van Wilders.

Dat Wilders een oud-VVD-er is merk je goed als het gaat om de belangen van bedrijven. Toen de SP op 5 november voorstelde bij toekomstige handelsverdragen als TTIP te zorgen dat niet nog meer marktwerking in de zorg wordt afgedwongen, stemde de PVV gewoon tegen. De zogenaamde dierenvriend Dion Graus, u weet wel die zijn vriendin in elkaar sloeg, stemde op 20 januari 2015 ook tegen een voorstel om bij handelsverdragen dierenwelzijn, consumenten- en voedselveiligheid voorop te stellen.

En zeer actueel: op 1 juli stemde Wilders tegen een voorstel voor onderzoek naar de gevolgen voor Nederland van belastingontduiking door multinationals. Een voorstel om hogere inkomens meer belasting te laten betalen en mensen met een laag inkomen minder, of om grote vermogens meer belasting te laten betalen, een miljonairs tax in te voeren, het stuit allemaal op een nee van de PVV.

Wilders zegt dat hij het oneerlijk vindt dat vluchtelingen een woning krijgen, terwijl ‘Henk en Ingrid’ op de wachtlijst staan. Maar een motie om te stoppen met de verdere liberalisering van de woningmarkt en met de verkoop van sociale huurwoningen steunde hij niet.

Een partij voor gewone mensen, virtueel uitgegroeid tot de grootste van Nederland, dat is het beeld. De feiten blijken anders. Hoe kan het ook anders bij een extreemrechtse partij. Het is tijd voor Henk en Ingrid om de ogen te openen. Het is tijd voor een revolutie, niet op de manier van Wilders. Nee het is tijd voor een sociale revolutie gebaseerd op verdraagzaamheid en solidariteit. Het kapitalisme is over zijn uiterste houdbaarheidsdatum heen en het wordt tijd om het weg te gooien.

 

Toespraak Bart van der Steen

“Wij staken voor jullie”

–Joop Flameling en de Februaristaking

 Op deze morgen wil ik een herinnering van Joop Flameling met jullie delen. Flameling was lid van het MLL-Front en werkte tijdens de oorlog bij Fokker in Amsterdam – een bedrijf dat een belangrijke rol vervulde in de oorlogsindustrie.

BartvanderSteen.jpg

Flameling was in 1904 geboren en al in de jaren twintig politiek actief geworden: eerst bij de communistische partij, daarna in de sociaaldemocratische beweging en uiteindelijk in de RSAP. In mei 1940 ging hij mee in de ondergrondse voortzetting van die partij: het Marx-Lenin-Luxemburg-Front.

Als lid van het MLL-Front speelde hij een belangrijke rol bij de organisatie van de Februaristaking bij Fokker. Zijn herinnering aan die episode – die hij een van de mooiste belevenissen in zijn leven noemde – hebben Ron en ik later opgenomen in onze bundel Wij gingen onze eigen weg (2011).

Juist omdat er de laatste tijd weer veel te doen is geweest over de Februaristaking – waarbij PVV’ers demonstratief de herdenking bezochten – en toch vaak over het hoofd wordt gezien dat ook het MLL-Front bij de staking een rol speelde, lees ik hier een aantal fragmenten voor uit de herinneringen van Flameling.

“Het leek wel of ze over elkaar heen rolden”

“Wij gingen die dag gewoon naar ons werk alsof er niets aan de hand was, maar in de fabriek was de spanning te snijden en op ieders gezicht te lezen. ‘Om 9 uur!’, luidde het parool. Om even voor negen kwam de mededeling van uitstel tot 10 uur. Ik ging op onderzoek uit en het bleek juist te zijn, maar ik had er knap de pest in.

Ik liep enige malen door het middenpad van onze hal naar de grote schuifdeuren, waarin ook een kleine deur gemonteerd was voor personenverkeer. De andere hallen aan onze kant en ook die aan de overzijde waren zo gemaakt.

Als ik zo naar buiten keek, dan zag ik ook daar telkens een hoofd verschijnen en dit duidde erop dat er iets bijzonders te gebeuren stond. Als ik dan terugliep naar mijn plaats achter in de hal, stond iedereen stil en keek naar me alsof men vroeg: ‘nog niet?’ Even voor 10 uur ging ik weer naar de deur en nu zag ik overal een man naar buiten kijken, net als ik.

Ik ervoer dat als iets dat typerend is in een toestand van grote spanning. We deden allen iets dat helemaal niet was afgesproken, het ging vanzelf. Plotseling zag ik aan de overkant iets gebeuren. Men probeerde door de kleine deur naar buiten te komen, maar dat ging niet vlug genoeg. De grote schuifdeuren gingen open en toen stormden de mannen in hun blauwe overalls het middenplein op. Het leek wel of ze over elkaar heen rolden.

Ik ging terug en iedereen keek weer. Maar nu zei ik wel wat. ‘Jongens, het is zover. Leg het werk neer als één man. Heel Amsterdam staakt vandaag!’ Al lopend door het middenpad herhaalde ik dezelfde woorden. Deze woorden, waarop de overgrote meerderheid had gewacht, ontlaadden de haast ondraaglijke spanning. Plotseling viel het licht uit en werd het schemerdonker, want door de camouflage over het dak kwam er maar weinig daglicht naar binnen. De vertrouwde geluiden van het in werking zijnde bedrijf vielen weg om plaats te maken voor een merkwaardig aandoende stilte. De hal liep snel leeg.”

“Wij staken voor jullie”

Nadat de stakers het fabrieksterrein van Ford hadden verlaten, trok Joop Flameling met een aantal collega’s naar het centrum van Amsterdam, om daar de situatie op te maken. Bij de Bijenkorf was hij getuige van het volgende tafereel:

“Samen met een paar collega’s gingen we naar de Bijenkorf om te zien hoe het daar was. Bij dit grote warenhuis werkte veel joods personeel en wij wilden graag te weten komen hoe deze mensen op de staking reageerden. Aan de zijkant van het gebouw stond een aantal mensen druk te praten met personeel van de zaak, vooral jonge vrouwen. Eén van de vrouwen op straat sprak hen toe en zei dat ook de Bijenkorf moest meestaken. De meisjes vertelden huilend dat zij zo bang waren voor de gevolgen. ‘Begrijp het toch,’ sprak de vrouw, ‘wij staken voor jullie.’”

Tot slot

De kracht van deze twee fragmenten is dat ze laten zien wat een indruk de staking maakte op diegenen die er zelf bij betrokken waren. Ze tonen duidelijk dat de staking gericht was tegen antisemitisme en uitsluiting. Tegelijkertijd illustreert het tweede fragment hoeveel angst mensen moesten overwinnen om de stap tot de staking te zetten. En toch nam de staking massale vorm aan.

De staking verraste de Duitse bezetter, die tot dan toe weinig protest had ondervonden van de Nederlandse bevolking. In de maanden erna nam de repressie dan ook scherp toe, vooral tegenover linkse en communistische verzetsgroepen.

Kort na de Februaristaking werd de leiding van het MLL-Front opgepakt en uiteindelijk gefusilleerd. Toen Ab Menist door de rechter ondervraagd werd over de manier waarop zij verzet tegen het fascisme hadden gepleegd, antwoordde deze: “Door diepe waarheden in eenvoudige vorm te zeggen.” Op 13 April werd hij, samen met Sneevliet en de andere MLL-Leiders, gefusilleerd.

De bezettingsjaren vormden één van de meest dramatische perioden uit Flamelings leven. Enerzijds was er de februari-staking, waaraan hij meedeed en die hij zich later zou herinneren als een van de mooiste momenten uit zijn leven. Maar aan de andere kant was hij, kort voor de arrestatie van de MLL-Leiden, met hen in conflict gekomen en buiten de organisatie komen te staan.

Flameling zette zijn verzetswerk voort binnen de illegale CPN, waarvan hij ook na de oorlog lid bleef. In de jaren vijftig stapte hij over naar de PSP. Maar zelfs decennia later kon hij zich de staking, en het gesprek voor het gebouw van de Bijenkorf, nog goed herinneren.

 

Gedichten voorgedragen door Ger Groenenboom

Naar aanleiding van de tentoonstelling te Rotterdam in 2015 over het bombardement van mei 1940, heb ik dit gedicht van Clara Eggink uitgekozen.


DODENMARSCH VOOR ROTTERDAM

Aan Gerard Zalsman

GerGroenenboom2.jpg

Ik waag mij haast niet in die straat
 

waar gloeiend puin in ’t donker staat.

De wind loeit om een bouwvaltop,

een schelle vlam schiet suizend op,

belichtend, als in spotternij,

de resten van wat huisgerei.

Hier vond wie daaglijks nam en gaf

een ruw en eindloos massagraf.

Het werk van hersens, hand en lust

is even grondig uitgeblust.

 

Ik wend mij naar de waterkant.

De schepen liggen leeggebrand.

Het water, d’eeuwenoude baan,

voert bloed en roet naard’oceaan.

Daar staat de dood nog op de brug,

een zwarte schaduw, recht van rug.

Och broeders, hij bleef ongedeerd

terwijl uw schim hier langs marcheert.

Links, rechts…..

 

Maar als die stad weer is herbouwd

van staal en glas en steen en hout,

die kleine wereld is hersteld,

bolwerk van koopwaar, zee en geld,

als er gewerkt weer wordt op de as

van wie voor kort hier werkend was -

Dan zullen nog bij nieuwe maan

uw schimmen door de straten gaan.

Links, rechts…..

 

 

Met woord en handen

Uit het blad van Vrouwen voor Vrede

 

Ik vraag je wie jij bent

je kijkt me aan

alsof je vuur ziet branden

Leg mij uit met woord en handen

dat jij een mens bent net als ik

na een tocht door vele landen

Dat je hier bent om te leven

zonder honger angst of pijn

hoopt dat er een plaats zal zijn

Ogen kijken vol verwachting

een kleine grote vent

wees welkom, fijn dat jij er bent

 

door: Wil Melker

 

 

THUIS

Uit het blad van Vrouwen voor Vrede

 

Niemand verlaat z’n thuis tenzij

thuis is als de mond vaneen haai.

Je rent alleen naar de grens

als je de hele stad met je

mee ziet rennen

Je buren rennen sneller

dan jij, de jongen met wie je naar school ging

die je duizelig kuste achter

de oude tinfabriek

houdt een geweer vast groter dan zijn lichaam,

je verlaat thuis alleen

als thuis je niet laat blijven.

Niemand zou z’n thuis verlaten tenzijthuis

je opjaagde, vuur onder je voeten,

heet bloed in je buik.

Je moet toch begrijpen

dat niemand z’n kinderen in een boot zet

tenzij het water veiliger is dan het land.

 

Door: Warsan Shire 

 

AFRIKAANSE NOMADENDICHTER
Lied van de Toeareg van Niger

Wat is de vrede mooi.
We lijden niet meer.
We groeten elkaar weer.
O vrijheid wat heb ik je gemist.
We worden niet meer gearresteerd.
We zijn vrij om te staan
en gaan waar we willen.
Vrede en vrijheid.
Verlaat ons niet nog een keer.
Ik heb mijn familie teruggevonden.
En woon weer tussen mijn eigen mensen.
Vroeger leefde ik in de schaduw.
Nu leef ik in de zon.
We hebben niet voor niets gevochten.
We dansen en zingen nu
in vrede en veiligheid.
We hoeven niet meer angstig te zijn
voor naderende auto’s
waar soldaten uit kunnen springen
om ons neer te maaien.
We zijn weer onder elkaar.
We groeten elkaar weer.
O vrijheid wat heb ik je gemist.